

Van buiten merkte je niets aan mij, maar vanbinnen voelde ik onrust. De lat hoog leggen, altijd maar doorgaan, het werd mijn ‘normaal’. Ik dacht dat ik op deze manier controle had. Maar hoe meer spanning ik voelde in mijn lichaam, hoe sterker mijn focus daarop werd waardoor op willekeurige momenten mijn hartslag omhoogschoot, mijn ademhaling versnelde, en ik licht werd in mijn hoofd. Mijn brein vertaalde ogenschijnlijk normale situaties naar gevaar. Soms overkwam het me in de auto, andere keren in een winkel en zelfs thuis ervaarde ik de angst.
Het voelde alsof deze angst zich elke dag iets verder in mijn leven nestelde, tot het er opeens altijd was. Mijn hoofd scande, analyseerde en controleerde non-stop. Met als gevolg dat ik geen energie meer had. Ik was gespannen, negatief, uitgeput en voelde dat ik steeds verder van afdreef van wie ik ben.
De angst voor deze angst werd een constante schaduw die ik overal met me meedroeg.Zo werd autorijden bijvoorbeeld ingewikkeld, de snelweg vermeed ik liever want ‘te groot en te zichtbaar’ op binnendoor wegen kon ik voor m’n gevoel makkelijker stoppen mocht er iets gebeuren. Ook alleen zijn vond ik moeilijk, waardoor er eigenlijk altijd iemand in de buurt moest zijn. Gewoon, voor het geval dat. Mijn wereld werd kleiner en kleiner. Ik vermeed namelijk steeds vaker situaties—drukke plekken, verjaardagen, sportscholen. Alles wat te onvoorspelbaar voelde, ging ik liever uit de weg.
Tot het punt waarop ik besefte: dit gaat niet langer alleen over mij — dit raakt ook mijn gezin. Ik was afwezig, koos voor veilig in plaats van leuk en speelde als moeder vaker de ‘nu even niet’ kaart. Dat inzicht werd mijn drijfveer om opzoek te gaan naar wat er echt aan de hand was. Ik kon dit niet blijven negeren. Deze angst ging niet vanzelf weg. Ik móést hier doorheen.
Ik ontdekte dat ik te maken had met paniekaanvallen, maar kreeg alleen maar adviezen die ik al kende en niet werkte. Dus zocht ik verder: psychologen, trajecten, boeken, methodes. Ik leerde alles over angst. Rationeel begreep ik precies hoe het werkte, maar voelen en veranderen lukte niet. De aanvallen namen iets af, maar de angst bleef op de achtergrond aanwezig en bepaalde nog steeds mijn keuzes.Tot ik het geheel begon te zien. Zowel dat wat zich afspeelt aan de oppervlakte – mijn gedachten, gedrag en reacties – én dat wat daaronder ligt.
De opgeslagen spanning, oude patronen en automatische reacties van mijn lichaam. Hoofd en lijf, denken en voelen, boven- en onderstroom. Doordat ik hierna leerde luisteren verschoof er iets. Niet in mijn hoofd, maar in mijn lichaam, in mijn reacties. De alertheid nam af, de spanning zakte en daarvoor in de plaats kwamen ruimte, rust en vertrouwen. Dat gaf me vrijheid.
Jarenlang zocht ik naar antwoorden. Wat ik miste, was iemand die het geheel zag. Iemand die begrijpt hoe het van binnen voelt en verder kijkt dan alleen praten, gedrag of lichamelijke reacties. Ik ontdekte dat echte verandering pas ontstaat wanneer je beiden lagen meeneemt: wat zichtbaar is én wat daaronder ligt. Veel mensen hebben namelijk wel het inzicht in hun patronen, maar merken weinig verandering omdat wat daaronder stroomt, die diepere laag, niet wordt meegenomen.
Daarom help ik nu anderen die staan waar ik stond. Mijn werk is niet ontstaan uit strategie, maar uit noodzaak. Door mijn eigen ervaring weet ik hoe het echt voelt, én wat er mogelijk is als je bij de kern komt. Toen ik mijn rust en vrijheid terugvond, voelde het alsof ik iets essentieels terugkreeg. Daarom móést dit programma er komen. Omdat ik weet dat het anders kan. Omdat ik het verschil kan maken in het terugvinden van rust, vertrouwen en vrijheid.